Goede Vrijdag?

07-04-2023

Het is donderdagavond rond middernacht als ik, natuurlijk weer veel te laat, mijn laptop dichtklap. Het beeldscherm heeft ongewild weer veel te veel tijd ingepikt. Morgen wordt het weer een pittige dag met lesgeven in technische hulpverlening. Ik zoek mijn bed op en even later slaap ik als een roos. Het is ongeveer twee uur later als ik wakker wordt van het doordringende gepiep van mijn pager op het nachtkastje. Slaapdronken lees ik de tekst die in het display staat. Hier wordt ik gelijk beter wakker door…Prio 1 Gebouwbrand staat erin vermeld. Het adres doet me gelijk denken aan twee gloednieuwe panden die in onze gemeente zijn gebouwd. In één van de panden heb ik zelf een paar weken geleden twee leuke oefeningen georganiseerd. De gebouwen zijn super modern en gebouwd volgens de laatste bouwvoorschriften. Op de kazerne kan ik nog mee in de ploeg van de eerste tankautospuit. De bevelvoerder die dienst heeft laat ons allemaal ademlucht omhangen. De berichten die we in het kladblok lezen zijn niet direct alarmerend. Het gaat eigenlijk om een automatisch brandalarm dat is gemeld door een particulier beveiligingsbedrijf. De meldkamer heeft een huisnummer in de melding gezet die hoort bij het pand waar de sportschool, waar we geoefend hebben, in zit. Als we terplekke komen staat de politie en een beveiliger ons al op te wachten. Ze hebben geen bijzonderheden kunnen ontdekken. Er wordt door de eerste ploeg een verkenning om het pand van de sportschool gedaan maar ze ontdekken geen bijzonderheden. Plotseling wordt onze aandacht getrokken door een oranje gloed en zwarte ramen die we ontdekken op de begane grond van het andere pand. Hier is een restaurant in gevestigd waar blijkbaar een flinke binnenbrand aan de gang is. Door de zeer goede en isolerende bouw komt er geen enkel spoortje rook uit het pand. De adrenaline in mijn lichaam schiet omhoog en ik besef dat dit een flinke en zeer warme klus gaat worden. De bevelvoerder schaalt op en geeft de aanvalsploeg de opdracht om een goede buitenverkenning rond dit pand te gaan doen om goed in beeld te krijgen hoe groot de brand inmiddels op de begane grond is. Samen met mijn collega krijg ik de opdracht om de eerste slangen gereed te leggen om een binnenaanval te gaan doen. Zodra alles gereed ligt maken we ons met z'n vieren gereed om naar binnen te gaan. De mannen van de aanvalsploeg beuken met het 'bonkie' de glazen deur in. Het blijkt nog een hele klus want het geharde glas geeft niet echt mee. Zodra de deur geopend is kruip ik, samen met mijn collega, met de straal naar binnen. De andere collega's volgen ons en voeren de slang voor ons aan en de houden de deur zoveel mogelijk gesloten om de zuurstof toevoer te beperken. Het is bloedheet binnen en we blijven zo laag mogelijk. Voor ons zien we de vuurgloed van een flinke brand. De dikke donkere rook beneemt ons verder het zicht. We gebruiken de straal water, om zoveel mogelijk de temperatuur naar beneden te brengen, zodat het voor ons aangenamer wordt om binnen te zijn. Ik geef de straal aan de aanvalsploeg zodat zei de blussing verder kunnen gaan doen. Ondertussen kijken we met de warmtebeeldcamera door de dichte rook heen waar de vuurhaarden zich bevinden. Doordat het voor ons onmogelijk is om door de rook heen te kijken zien we ook niet precies waar we spuiten met ons water. Tijdens het blussen horen we dus ook regelmatig veel glaswerk kapot vallen op de vloer. Het blijken achteraf veel flessen drank en glazen te zijn die aan de bar hingen of op de bar stonden. Ik krijg een steeds beter beeld van de situatie binnen en zie dat we uiteindelijk nog maar twee kleine vuurhaarden over hebben die zich onder de bar en aan de achterkant bevinden.

Ik geef de situatie door aan de bevelvoerder en aan de ploeg van de tweede tankautospuit die binnenkomt om ons te ondersteunen. Er wordt besloten om gelijk te gaan ventileren om zicht in het pand te krijgen zodat we de laatste vuurhaarden gericht kunnen afblussen. In korte tijd hebben mijn collega's en ik al onze ademlucht gebruikt en moeten we naar buiten om te wisselen. De tweede tankautospuit neemt het even over en ik ga samen met mijn collega naar buiten voor een nieuwe ademluchtfles en een slok water. Na gewisseld te hebben gaan we gelijk terug om verder te werken. Een derde tankautospuit gaat op de bovenverdieping aan de slag om de rookschade daar te beperken. Alles is binnen zo warm geweest dat we overal in het restaurant gesmolten onderdelen tegen komen. De schade voor deze horecaondernemer is enorm. We blijven nog enige tijd binnen om te controleren of alles is geblust. Op sommige plekken blijft het warm of blijft het nog lang na roken. Hier en daar moeten we iets slopen om er zeker van te zijn dat de brand echt is geblust. Opnieuw is onze ademluchtfles leeg en gaan we onze derde ademlucht fles halen. We controleren het hele restaurant op koolmonoxide maar deze blijkt er niet meer te zijn.

Dit is het moment voor de brandweer om het pand vrij te geven en over te dragen aan andere partijen zoals: verzekering/salvage, brandonderzoek en de eigenaar van het pand. Er is een voertuig van arbeidshygiëne ter plekke gekomen en daar wisselen we onze vervuilde kleding voor schone bluspakken. Onze tankautospuit wordt helemaal weer in orde gemaakt zodat we weer uitruk gereed zijn. De eerste vogels kondigen alweer de nieuwe dag aan. Het is vandaag Goede Vrijdag. Ik besef me heel goed wat deze dag inhoud maar denk ook gelijk aan de eigenaar van dit restaurant. Voor hem is het bepaald geen goede vrijdag want hij kijk naar de zwartgeblakerde resten van zijn prachtige restaurant. Het zal nog een hele tijd duren voordat hij hier weer klanten kan ontvangen. We rijden terug naar de kazerne en bespreken de inzet met elkaar na. Waar ging het goed en waar had het beter gekund. Thuisgekomen stap ik onder de douche en kan daarna direct vertrekken naar mijn werk voor nog een lesdag technische hulpverlening aan een leergang. Met twee uurtjes slaap en een zware inzet achter de rug zal dit een lange dag worden. Maar het is en blijft Goede Vrijdag…!